Een uitgangspunt bij de opzet is dat het berichtenverkeer in het bedrijfsproces is dat tussen de ketenpartners elektronisch berichtenverkeer kan plaatsvinden. Dat wil zeggen dat de berichten, zoals de beslissingen van de rechtbank, voortgangsverslagen en dergelijke, tussen de rechtbank en de bewindvoerder via een het internet worden uitgewisseld. Elektronische communicatie is echter niet dwingend. Elke partner heeft de vrijheid om (ook) berichten op papier te verzenden bijvoorbeeld via post of fax.
Elke individuele partner (bijvoorbeeld een rechtbank) kan zelf beslissen op welke wijze hij het binnenkomende elektronische berichtenverkeer integreert met de bestaande informatiesystemen. Hij kan bijvoorbeeld beslissen om binnenkomende berichten direct na binnenkomst te printen om ze vervolgens handmatig te verwerken. Ook kan hij de binnenkomende berichten verder elektronisch verwerken.
De berichten die uitgewisseld worden, zijn gestandaardiseerd op een wijze die ze geschikt maakt voor elektronische communicatie.




