Recofa: WSNP en eigenwoning
In de Recofavergadering van 26 september 2011 is gesproken over de eigen woning en de mogelijkheid een zoveel mogelijk eenduidig beleid ten aanzien van de eigen woning te hanteren.
De vergadering heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd.
Bij een schuldenaar in de wsnp met een eigen woning dient zo spoedig mogelijk na de toelating tot de schuldsanering op initiatief van de bewindvoerder met de schuldenaar, de bank en de rechter-commissaris te worden besproken of al dan niet tot verkoop van de woning moet worden overgegaan.
Bij een overwaarde zal de woning in hoofdregel moeten worden verkocht, tenzij de overwaarde op een andere wijze in de boedel kan vloeien. Zolang de woning nog niet is verkocht dienen de hypotheeklasten zoveel mogelijk te worden betaald (in ieder geval een bedrag gelijk aan de marktconforme huur), zodat de schuld aan de bank niet onnodig oploopt.
Bij een geringe onderwaarde kan onder omstandigheden van verkoop worden afgezien. In dat geval
dienen de hypotheeklasten geheel te worden voldaan uit het (eventueel gecorrigeerde) VTLB. Bij
de beslissing de woning niet te verkopen is onder meer van belang dat de maandelijkse (netto)
lasten marktconform zijn ten opzichte van huurwoningen, zodat er geen bovenmatige correctie op
het VTLB behoeft plaats te vinden. Achterstanden in de maandelijkse verplichtingen vormen een
aandachtspunt in het gesprek met de bank.
In het VTLB wordt slechts rekening gehouden met de rentelasten van de eigen woning, maar niet
met de levensverzekeringspremie of de aflossing, in welke vorm ook, tenzij met toestemming van
de rechter-commissaris. De toestemming wordt in beginsel slechts gegeven als geen
vermogensopbouw van de schuldenaar ten laste van de schuldeisers plaatsvindt (zie het
VTLB-rapport).
De bewindvoerder dient de schuldenaar goed te informeren over de risico’s in geval er sprake is
van onderwaarde en niet tot verkoop wordt overgegaan (het risico dat de woning na afloop van de
wsnp alsnog moet worden verkocht en de restschuld niet onder de schone lei valt). Verder dient
de schuldenaar zich te realiseren dat er gedurende de schuldsanering geen financiële ruimte is
voor eventueel noodzakelijk onderhoud aan de woning.
Indien wordt besloten tot verkoop over te gaan, maar een onderhandse verkoop (te) lang blijkt te
duren en de bank (nog) niet tot executoriale verkoop wenst over te gaan, dient in overleg met
de rechter-commissaris te worden bezien of de bank een termijn ex art. 58 lid 1 Fw kan worden
gesteld, zodat een eventuele restvordering nog onder de werking van de schuldsanering valt.
Recofa, 22 februari 2012




