Recofa: WSNP en eigen woning
Versie 17 juni 2014, vastgesteld door Recofa 2 juni 2014

Algemeen
Bij een schuldenaar in de Wsnp met een eigen woning dient zo spoedig mogelijk na de toelating tot de schuldsanering op initiatief van de bewindvoerder met de schuldenaar, de bank en de rechter-commissaris te worden besproken of al dan niet tot verkoop van de woning moet worden overgegaan.
In het VTLB wordt slechts rekening gehouden met de rentelasten van de eigen woning, maar niet met de levensverzekeringspremie of de aflossing, in welke vorm ook, tenzij met toestemming van de rechter-commissaris. De toestemming wordt in beginsel slechts gegeven als geen vermogensopbouw van de schuldenaar ten laste van de schuldeisers plaatsvindt (zie het VTLB-rapport).
Indien wordt besloten tot verkoop over te gaan, maar een onderhandse verkoop (te) lang blijkt te duren en de bank (nog) niet tot executoriale verkoop wenst over te gaan, dient in overleg met de rechter-commissaris te worden bezien of de bank een termijn ex art. 58 lid 1 Fw kan worden gesteld, zodat een eventuele restvordering nog onder de werking van de schuldsanering valt.
Indien niet tot verkoop wordt overgegaan dienen de hypotheeklasten geheel te worden voldaan uit het (eventueel gecorrigeerde) VTLB. Bij de beslissing de woning niet te verkopen is onder meer van belang dat de maandelijkse (netto) lasten marktconform zijn ten opzichte van huurwoningen, zodat er geen bovenmatige correctie op het VTLB behoeft plaats te vinden. Achterstanden in de maandelijkse verplichtingen vormen een aandachtspunt in het gesprek met de bank.

Overwaarde
Bij een overwaarde zal de woning in hoofdregel moeten worden verkocht, tenzij de overwaarde op een andere wijze in de boedel kan vloeien. Zolang de woning nog niet is verkocht dienen de hypotheeklasten zoveel mogelijk te worden betaald (in ieder geval een bedrag gelijk aan de marktconforme huur), zodat de schuld aan de bank niet onnodig oploopt.

Onderwaarde
Ook in het geval van onderwaarde is het uitgangspunt dat tot verkoop van de woning overgegaan dient te worden. Onder omstandigheden kan van verkoop worden afgezien. Bij die afweging kunnen — onder meer — de volgende omstandigheden worden meegewogen:

  • de mogelijkheid om binnen de schuldsaneringsregeling de maandlasten te voldoen (niet slechts de als woonlasten op te nemen rente, maar ook de uit het VTLB te betalen aflossing en bijkomende kosten waarvoor het VTLB niet wordt gecorrigeerd);
  • het risico dat behoud van de woning na afloop van de schuldsaneringsregeling opnieuw tot een instabiele financiële situatie zal leiden;
  • de verhouding tussen de woonlasten voor de eigen woning en de marktconforme huur van een passende woning in dezelfde plaats of regio.
De bewindvoerder dient de schuldenaar goed te informeren over de risico's in geval er sprake is van onderwaarde en niet tot verkoop wordt overgegaan (het risico dat de woning na afloop van de Wsnp alsnog moet worden verkocht en de restschuld niet onder de schone lei valt). Verder dient de schuldenaar zich te realiseren dat er gedurende de schuldsanering geen financiële ruimte is voor eventueel noodzakelijk onderhoud aan de woning.

Werkzaamheden bewindvoerder rond verkoop eigen woning
Voor werkzaamheden rond de verkoop van een eigen woning kan een forfaitair bedrag van € 1000,- worden opgenomen mits er een boedelbijdrage (van minimaal dat bedrag) is bedongen door de bewindvoerder. (Besluit Recofa 2 december 2013)
Dit geldt ook indien er sprake is van overwaarde. Het bedrag is exclusief BTW (maar nooit meer dan de boedelbijdrage). (Aanvulling Recofa 3 februari 2014 en 7 april 2014).