Het Nederlandse armoedebeleid, de schuldhulpverlening in het minnelijk traject en de toepassing van de Wsnp zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor de meeste mensen met een problematische schuldenlast is het armoedebeleid actueel en van belang. Nederland heeft het armoedebeleid hoog in het vaandel en op alle fronten wordt er aan gewerkt om de armoede binnen de perken te houden. Er wordt gezocht naar oplossingen voor problematische schulden en preventieve maatregelen om nieuwe schulden tegen te gaan.
Zonder de opzet om hierin volledig en uitputtend te zijn heeft het bureau Wsnp voor u een aantal items op een rij gezet, waarvan wij denken dat deze voor u interessant kunnen zijn. Bij de onderwerpen zijn verwijzingen naar andere websites vermeld, waarop u nadere uitleg kunt vinden over bijvoorbeeld schuldhulpverlening in het minnelijk traject of waarop contactmogelijkheden met landelijke schuldhulpverleningsinstanties staan vermeld.
U kunt ons over deze onderwerpen geen vragen stellen via de helpdesk Wsnp.�
Voor vragen over de schuldhulpverlening of een aanvraag schuldsanering in het minnelijk traject kunt u terecht op de website van de NVVK. Informatie over het gehele armoedebeleid, kamerstukken etc. kunt u vinden op de website van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Voor algemene informatie over schuldsanering kunt u ook terecht bij de website van Postbus 51. Tips voor rondkomen met weinig geld, het aanvragen van voorliggende voorzieningen zoals bijzondere bijstand en dergelijke kunt u terugvinden op de website van het Nibud.
De Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is een onderdeel (titel 3) van de faillissementswet. Voordat een schuldenaar een verzoek kan indienen om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet hij eerst een zogenoemd minnelijk traject doorlopen.
Mensen die in een problematische schuldensituatie verkeren (schuldenaren) kunnen de hulp inroepen van een schuldhulpverlener. Dat kan bijvoorbeeld bij een van de 50 Gemeentelijke Kredietbanken (GKB’s), de Sociale Dienst van de gemeente of een particuliere schuldhulpverleningsorganisatie zijn. Samen met die schuldhulpverlener zal de schuldenaar, in overleg met de schuldeisers, proberen een oplossing te vinden voor het schuldprobleem.
Minnelijk traject
In grote lijnen verloopt dit "minnelijk traject" als volgt:
De schuldhulpverlener benadert namens de schuldenaar de schuldeisers en probeert de schulden te regelen. In de meeste gevallen biedt de schuldhulpverlener iedere schuldeiser een betaling per maand, met een maximale termijn van 36 maanden. In sommige gevallen wordt op basis van een saneringskrediet een aanbod gedaan aan de schuldeisers. Een (krediet)bank verstrekt de schuldenaar in dit geval een bepaald bedrag, berekend op basis van de aflossing door de schuldenaar in de volgende 36 maanden. Van dit bedrag worden een aanbieding gedaan richting schuldeisers. Voordeel voor de schuldeisers is dat zij (een deel van) hun vordering in 1 keer uitbetaald krijgen. De schuldenaar lost de lening af aan de (krediet)bank.
Voor beide manieren geldt dat alle schuldeisers akkoord moeten zijn met hetgeen zij aangeboden hebben gekregen.
Indien in het minnelijk traject geen overeenstemming wordt bereikt met de schuldeisers, kan de schuldenaar besluiten om een wettelijke schuldsanering aan te vragen (eventueel in combinatie met een verzoek aan de rechtbank het aangeboden akkoord dwingend op te leggen aan de schuldeisers). Hij dient daartoe dan een verzoek (vastgelegd in artikel 284 Fw., eventueel in combinatie met een verzoek ingevolgen artikel 287a Fw.) in bij de rechtbank in het arrondissement waaronder hij ressorteert. Een dergelijke aanvraag moet vergezeld gaan van een verklaring (inhoud volgens artikel 285 Fw.) van de gemeente dat een buitenrechtelijke (een minnelijke) schuldsanering niet mogelijk is, evenals van een overzicht van de financiële situatie van de schuldenaar.
Wettelijk traject
Op basis van het verzoek met de bijbehorende verklaring kan de rechtbank via een vonnis beslissen tot een dwangregeling of een wettelijke sanering.
Voor de uitvoering van de sanering wijst de rechtbank een bewindvoerder aan en een rechter-commissaris (rc). De bewindvoerder kan een medewerker zijn van een gemeentelijke krediet- of stadsbank, een particuliere bewindvoerderorganisatie of een medewerker van een advocatenkantoor. Bij de complexere gevallen, bijvoorbeeld als er een onderneming bij de sanering betrokken is, wordt vaak een advocaat als bewindvoerder aangewezen.
De beslissing om een schuldenaar toe te laten tot de saneringsregeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Schuldeisers die nog niet voorkomen in de schuldenlijst en dus niet door de bewindvoerder worden aangeschreven, kunnen zich naar aanleiding van die publicatie alsnog aanmelden bij de bewindvoerder. Schuldsaneringsbeslissingen worden ook opgenomen in een internetregister (het Centraal Insolventieregister).
In een verificatievergadering, die in de regel alleen pro forma is, stelt de rechtbank de lijsten met ingediende vorderingen vast.
De saneringsperiode is in de regel 3 jaar.
Periodiek informeert de bewindvoerder de rc omtrent de boedel en de voortgang van de sanering via voortgangsverslagen. Voor verschillende activiteiten, bijvoorbeeld het plegen van rechtshandelingen (bijvoorbeeld het verkopen van een huis), vraagt de bewindvoerder vooraf toestemming aan de rc.
Ook tijdens de Wsnp kan de schuldenaar een akkoord aanbieden. Als dat akkoord door de schuldeisers wordt geaccepteerd en door de rechtbank wordt vastgesteld, eindigt de regeling.
Aan het einde van de looptijd van de sanering stelt de bewindvoerder ten behoeve van de rechtbank een eindverslag op over de wijze waarop het schuldsaneringstraject is verlopen. Heeft de schuldenaar zich aan alle verplichtingen gehouden die de Wsnp aan hem stelt, dan verstrekt de rechtbank een zogenoemde schone lei. Dit houdt in dat de (resterende) schulden worden omgezet in een natuurlijke verbintenis.
De rechtbank publiceert ook de beëindiging van de schuldsanering. Deze publicatie is terug te vinden in het Centraal Insolventieregister.




