 |
Voor wat betreft de populariteit van de Wsnp bij natuurlijke personen
met schulden was 2004 een absoluut topjaar. Met een instroom van zo’n 30%
meer dan in 2003 overstijgt het volume zelfs de verwachtingen van voor inwerkingtreding
van de wet. In hoeverre je blij mag zijn met een dergelijk ‘resultaat’ blijft
maar de vraag. Indien dit een indicatie geeft over de stand van onze welvaart,
het tempo waarin Nederland uit een economisch dal klimt, of de resultaten
van alle inspanningen om schulden te voorkomen of in een eerder stadium
op te lossen, dan was het toch vooral een tobjaar.
Op 1 december
2004 had het Bureau Wsnp van de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
al meer dan 12.000 nieuwe zaken geregistreerd en een werkvoorraad van ruim
500 nieuwe zaken. De prognose voor het gehele jaar 2004 komt daarmee rond
de 14.000 zaken tegenover 10.900 in 2003. 16% van deze zaken betrof (voormalige)
ondernemersactiviteiten en in 32% ging het om meervoudige boedels. In verschillende
arrondissementen reikte de instroom tot boven de 1000 nieuwe zaken, hetgeen
uiteraard het nodige vergde van de rechterlijke organisaties.
Geen aanbodproblemen
Verheugend is dat ondanks de hoge instroom zich geen opvallende of structurele
problemen voordeden bij het bewindvoerderaanbod. De rechtbanken konden de
zaken doorgaans goed kwijt. Dit is wellicht mede te danken aan het feit
dat het verloop van bewindvoerders in 2004 fors afnam. Doordat er bijna
60 bewindvoerders (niet-advocaat) de basiscursus doorliepen, kwam er dus
veel meer bewindvoerdercapaciteit bij. De verdeling van de zaken over de
soorten bewindvoerders bleef een grillige lijn vertonen. Het aandeel van
de Bureaus Rechtshulp daalde, hetgeen werd veroorzaakt doordat deze organisaties
in de huidige vorm ophouden te bestaan. Zij worden voortgezet als Juridisch
Loket of advocatenkantoor en in veel gevallen leidde dat tot het afstoten
van de Wsnp-activiteiten. De zaken en bewindvoerders werden ondergebracht
bij andere organisaties. Deze trend zal zich in 2005 voortzetten. De opkomst
van de paralegals bij advocatenkantoren zette zich voort. Het marktaandeel
van deze groep steeg naar 17,5%.
Na een dip in 2003 steeg het aantal zaken
van particuliere organisaties naar bijna 35%. Dit beeld vertekent echter
enigszins omdat verschillende bewindvoerders uit andere categorieën zich
in 2004 verzelfstandigden. Vanaf dat moment tellen al hun zaken mee bij
de categorie Overigen. Opmerkelijk is verder dat de advocatuur slechts 21%
van de zaken voor haar conto hoefde te nemen. Dit zijn vooral ex-ondernemers.
Deze trend bevestigt dat het aanbod voor de overige zaken voldoende was.
Normaliter benoemen veel rechtbanken een advocaat alleen in een particuliere
zaak als er geen andere bewindvoerder voorhanden is. Beëindigingen Het totale
aantal beëindigingen liep in 2004 op naar bijna 21.000. Een groeiend percentage
daarvan in positieve zin (schone lei of akkoord). Circa 25% van alle beëindigde
zaken, mondde uiteindelijk uit in een faillissement. Van de zaken die langer
geleden zijn gestart, ligt dit percentage nog veel lager. Doorgaans vindt
het merendeel van deze tussentijdse beëindigingen in het eerste jaar plaats.
Schone leien worden pas na drie jaar verstrekt. Naar verwacht zal het totaal
aantal faillissementen over een langere periode tussen de 10 en 15% bedragen.
Overigens blijft het administratieve proces rond beeindigingen niet helemaal
vlekkeloos verlopen. De Raad heeft in totaal meer dan 4.000 zaken openstaan
die langer dan 42 maanden geleden zijn gestart. Op een totaal van 13.000
zaken uit die periode is dat een te groot aandeel. Voor een deel gaat het
ongetwijfeld om zaken met een langere doorlooptijd en voor een deel om zaken
die nog op deze of gene afrekening wachten. Bekend is echter ook dat veel
zaken al een eindzitting achter de drug hebben, maar dat de Raad hierover
nog niet is geïnformeerd, in afwachting van rekening en verantwoording en
een slotuitdeling. Elders in deze nieuwsbrief wordt een besluit gepubliceerd
dat prikkels moet uitdelen om onder andere dit probleem aan te pakken.
Veel erkenningverzoeken
De Raad werd in 2004 geconfronteerd met een ongekend
groot aantal aanvragen voor erkenning van kandidaat- bewindvoerderorganisaties.
In veel gevallen betrof het een voortzetting van bestaande Wsnp-activiteiten,
maar de belangstelling bij andere organisaties was ook groot. Met het oog
op de wetswijziging die wordt voorbereid, zag de Raad zich genoodzaakt enige
terughoudendheid aan de dag te leggen. Het wetsvoorstel beoogt immers de
(onbedoelde) instroom te beperken. Indien daardoor het volume zou dalen,
ligt het risico van overcapaciteit op de loer. Desondanks is het aantal
bewindvoerderorganisaties in 2005 fors toegenomen. In de eerste editie van
Update Wsnp van 2005 zal het Bureau Wsnp definitieve cijfers over 2005 publiceren.
|
 |
Begin november 2004 verspreidde de Raad
voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch een
nieuwe release van het softwarepakket
Opus.R. Met deze applicatie kunnen
gemeenten en gemandateerde instellingen
de nieuwe modelverklaring ex art 285 Fw
opmaken en afgeven.
Deze modelverklaring kwam tot stand na
uitvoerig onderzoek onder rechtbanken,
gemeenten, schuldhulpinstellingen en andere
partijen en werd positief beoordeeld door
ReCoFa en de Vereniging Nederlandse
Gemeenten.
De verspreiding van de nieuwe Opus.R heeft
ongetwijfeld tot enige verwarring geleid bij
een aantal afgevende instanties. Alle technische
problemen (vooral met installatie van het
pakket) konden met hulp van de helpdesk Opus
worden opgelost.
Inhoudelijk leverde de nieuwe modelverklaring
nog wel de nodige hoofdbrekers op. De
gemeenten kunnen veel meer informatie over
de schuldsituatie van de verzoeker opnemen.
Zeker zolang de nieuwe Opus.R nog niet is
geïntegreerd in de bestaande informatiesystemen
voor schuldhulpverlening, kan dit extra
handmatige invoer met zich meebrengen.
Helemaal problematisch wordt het als het minnelijk
traject helemaal niet, deels (als gevolg
van lage verwachting met betrekking tot slagingspercentage)
of lang geleden is uitgevoerd.
In dat geval kan het voorkomen dat veel gegevens
die nodig zijn om de nieuwe verklaring te
vullen, niet voorhanden zijn.
Hoe de rechtbanken daarmee omgaan, moet
nog blijken. Vanaf 1 januari 2005 accepteren
zij in elk geval geen verklaringen meer volgens
het oude model. Tijdens de ReCoFa-vergadering
van 13 december bleek dat diverse rechtbanken
al nieuwe verklaringen hadden binnengekregen,
hetgeen optimistisch stemt over de
verdere voortgang.
Digitale verklaringen
Het berichtenverkeer voor verklaringen nieuwe
stijl (toesturen digitale verklaring naar bewindvoerder)
is door de introductie van de nieuwe
Opus.R-release tijdelijk gestremd.
Pas na het opleveren van de applicatie waren
voldoende technische gegevens beschikbaar
om het systeem van de Raad zelf aan te passen.
Dit systeem verwerkt de verklaringen, koppelt
ze aan een bijbehorend vonnis en stuurt de
berichten door naar de bewindvoerder.
Ook om de bewindvoerderapplicaties aan te
passen waren technische specificaties nodig.
Tot deze wijzigingen zijn doorgevoerd, ontvangen
bewindvoerders alleen oude digitale verklaringen.
|
 |
2005 belooft een turbulent jaar te worden
waar het gaat om het bevorderen van de
kwaliteit van bewindvoerder(organisaties).
De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
bereidt verschillende instrumenten
voor om kwaliteit te meten, te borgen en
waar nodig te helpen verbeteren. Dit doel
moet alle ketenpartners aanspreken.
In 2004 zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd
die zicht hebben gegeven op wat kwaliteit
bij bewindvoerders inhoudt. Daarbij is
deze beroepsgroep zelf nadrukkelijk betrokken,
evenals de rechterlijke macht die de
belangrijkste afnemer van bewindvoerderactiviteiten
is.
Op basis van de vergaarde informatie verwacht
de raad begin 2005 zowel de selectiecriteria
voor bewindvoerderorganisaties als het reglement
voor het bewindvoerderregister te kunnen
aanpassen.
Periodieke audits
In diezelfde periode neemt de Raad een besluit
over de uitvoering van periodieke kwaliteitsaudits
bij alle erkende bewindvoerderorganisaties
waarmee in de loop van het jaar ook
begonnen zal worden.
Doel van de audits is te beoordelen hoe de
kwaliteit van de organisaties zich verhoudt tot
het vastgestelde kwaliteitskader en welke
maatregel nodig of wenselijk is om de kwaliteit
te verbeteren.
Zodra enige ervaring met deze audits is opgedaan,
zal de erkenningprocedure hiermee worden
geïntegreerd. De erkenning zal dan als het
ware de nulmeting van de auditsystematiek
worden. Naast participatie in het stelsel zal de
procedure ook aandachtspunten voor verbetering
en dus voor de volgende periodieke audit
met zich meebrengen.
Over de financiering van dit traject is nog geen
besluit genomen.
Toelatingseis opleiding
Dat geldt ook voor een striktere toelating tot de
basiscursus bewindvoerders. De Raad is in
overleg met een extern bureau dat kandidaten
toetst aan het competentieprofiel. Dat gebeurt
bij voorkeur tijdens de sollicitatieprocedure.
Ook hier lijkt het wellicht te gaan om een te
nemen hobbel, maar enige reflectie maakt duidelijk
dat voor alle betrokkenen winst valt te
behalen.
De werkgever krijgt een hulpmiddel om de
juiste medewerker voor een vacature te kiezen.
De bewindvoerder zelf krijgt inzicht in zijn
sterke en zwakke punten en kan een weloverwogen
besluit nemen over toetreding tot de
beroepsgroep.
Uiteindelijk kan het verloop verder afnemen,
waardoor minder kapitaalvernietiging plaatsvindt
en kan de kwaliteit toenemen hetgeen
vooral voor rechtbanken, schuldeisers en
schuldenaars voordelen met zich meebrengt.
Naar verwachting zal het competentieprofiel
vanaf de najaarsopleiding van 2005 gaan gelden
als toelatingstoets.
Moties Eerste Kamer
Het belang van aandacht voor kwaliteit bleek
nog eens uit een brief van de Minister van
Justitie aan diverse belanghebbenden in de faillissementspraktijk
(inclusief de schuldsanering)
waarin werd gevraagd naar de stand van
zaken rond klachten en klachtafhandeling,
maar ook werd verzocht om inzicht te verschaffen
in toekomstige ontwikkelingen om
kwaliteit te bevorderen. Aanleiding van deze
brief waren twee moties die in de Eerste Kamer
werden ingediend bij de behandeling van wetsvoorstel
27244 dat wijzigingen in de publicatieplichten
van insolventies regelt.
De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
heeft in zijn antwoord bovenstaande
plannen uiteengezet en daarnaast enkele andere
aspecten aangeroerd.
|
 |
Op 1 december 2004 heeft het bestuur van
de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
onderstaand aanvullend beleid met
betrekking tot Wsnp-subsidies vastgesteld.
Het beleid is tevens gepubliceerd in de
Staatscourant en op de Wsnp-internetsite
(www.wsnp.rvr.org).
BESLUIT
De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
gezien:
- Artikel 48c en 48d van de Wet justitie-subsidies
(Staatsblad 1998, nr. 447)
- Artikel 4:46 t/m 4:50 van de Algemene wet
bestuursrecht (Staatsblad 1998, nr. 1)
- Artikel 7, lid 3 van het Besluit subsidie
bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad
2001, nr. 80 en Staatsblad 2004, nr. 200)
- Titel III van de Faillissementswet
(Staatsblad 1998, nrs. 445 en 447)
stelt aanvullend beleid vast ten aanzien van de
bewindvoerdersubsidie Wsnp.
- De Raad kan besluiten een aanspraak op
subsidie geheel of gedeeltelijk te ontzeggen
indien:
- de bewindvoerder tekort schiet in zijn
wettelijke verplichtingen, waaronder die op
grond van lid 1 en 2 van artikel 7 van het
Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering;
- de bewindvoerder niet (geheel) voldoet
aan de voorwaarden en verplichtingen
gesteld in de meest recente versie van het
Reglement register bewindvoerders Wsnp;
- de bewindvoerder niet (geheel) voldoet
aan de meest recente versie van de
Richtlijnen Wsnp;
- de bewindvoerder niet (geheel) voldoet
aan de meest recente versie van de
Profielschets bewindvoerder Wsnp.
- De hoogte van het bedrag waarmee de subsidie
wordt verlaagd, hangt af van de ernst
van de tekortkoming van de bewindvoerder.
- Indien de subsidie voor de zaak waarin de
bewindvoerder niet heeft voldaan aan de in
lid 1 genoemde voorwaarden, verplichtingen,
richtlijnen en profielen, al in zijn
geheel is uitbetaald, kan de Raad de vastge
stelde verlaging van de subsidie terugvorderen
of verrekenen met de uit te betalen
bewindvoerdersubsidie in andere zaken van
de betreffende bewindvoerder .
- Ook wanneer de subsidie wordt uitbetaald
aan de organisatie waarvoor de bewindvoerder
werkzaam is, kan de Raad de aanspraak
op subsidie geheel of gedeeltelijk ontzeggen,
wanneer de bewindvoerder waarop de
subsidie betrekking heeft, niet voldoet aan
de in lid 1 genoemde voorwaarden, verplichtingen,
richtlijnen en profielen.
- Ingevolge artikel 4:12 jo. 4:8 van de
Algemene wet bestuursrecht hoort de Raad
de belanghebbenden alvorens zij een beslissing
als bedoeld in lid 1 neemt.
- Ingevolge artikel 7, lid 3 van het Besluit
subsidie bewindvoerder schuldsanering,
hoort de Raad de betrokken rechter-commissaris
alvorens zij een beslissing als
bedoeld in lid 1 neemt.
- De belanghebbenden kunnen overeenkomstig
hoofdstuk 6 en 7 van de Algemene wet
bestuursrecht bezwaar maken tegen de
intrekking of verlaging van de subsidie.
Toelichting
Algemeen
De wet herbergt diverse maatregelen voor gevallen
waarin de bewindvoerder op één of
andere manier tekort schiet in zijn verplichtingen.
Zo kan de rechtbank hem of haar ontslaan
in een zaak of (tijdelijk) geen nieuwe benoemingen
geven. De Raad voor Rechstbijstand
’s-Hertogenbosch kan de inschrijving van de
bewindvoerder in het register van bewindvoerders schorsen of schrappen. Daarnaast biedt
artikel 4, lid 2 van het Besluit subsidie bewindvoerder
schuldsanering de mogelijkheid om
een lagere subsidie vast te stellen. Tot dusver is
daarvan nog geen gebruik gemaakt. Signalen
vanuit de rechterlijke macht hebben de Raad
ertoe gebracht deze mogelijkheid uit te werken.
Indien een bewindvoerder, na hierop herhaaldelijk
te zijn gewezen door de rechtercommissaris,
blijft verzuimen (een deel van)
zijn verplichtingen na te komen, moet de Raad
kunnen ingrijpen. De maatregel om de inschrijving
in het register te schorsen kan in veel
gevallen te drastisch zijn.
Omwille van de zorgvuldigheid en duidelijkheid
wil de Raad over het eventueel vaststellen
van een lagere subsidie beleid formuleren en
publiceren. Per geval moet verder worden
bezien welke maatregel aan de orde is. Daarbij
zal afstemming plaatsvinden met de rechtercommissaris.
De Raad zal, alvorens een beslissing
te nemen omtrent het geheel of gedeeltelijk
verlagen van de subsidie, de belanghebbenden
horen.
Korten op de subsidie moet niet gezien worden
als een straf, maar als een prikkel voor de
bewindvoerder om de kwaliteit te leveren die
van hem of haar verwacht mag worden. De
hoogte van het bedrag waarmee de subsidie
wordt verlaagd, zal afhangen van de ernst van
de tekortkoming van de bewindvoerder.
Vaak worden de subsidies uitbetaald aan de
organisatie waarvoor een bewindvoerder werkzaam
is. De Raad merkt uitdrukkelijk op dat,
gezien artikel 3 van het Besluit subsidie
bewindvoering schuldsanering, de subsidie
ook in deze gevallen geheel of gedeeltelijk kan
worden ontzegd. De subsidie wordt immers
slechts toegekend indien de bewindvoerder
voldoet aan door de Raad vast te stellen
beleidsregels met betrekking tot deskundigheid,
onafhankelijkheid, continuïteit en inrichting
en omvang van de organisatie. Indien de
subsidie al in zijn geheel is uitbetaald, kan de
Raad de vastgestelde verlaging van de subsidie
terugvorderen op grond van artikel 4:57 jo.
artikel 4:49, lid 1, sub c Awb. De Raad kan er
ook voor kiezen de vastgestelde verlaging te
verrekenen met de uit te betalen bewindvoerdersubsidie
in andere zaken van de betreffende
bewindvoerder.
Belanghebbenden kunnen overeenkomstig
hoofdstuk 6 en 7 van de Algemene wet
bestuursrecht bezwaar maken tegen de beslissing
inhoudende de gehele of gedeeltelijke verlaging
van de subsidie.
1 december 2004
Aanvullend InsolventieRegister komt eraan
Naar verwachting zal op 15 januari 2005 een
wijziging van de faillissementswet in werking
treden. Met deze wijziging komt voor de Wsnp
de verplichting te vervallen om een slotuitdelingslijst
vast te stellen bij de zogenaamde vereenvoudigde
procedure (beëindiging na een
jaar als niet te verwachten is dat een langere
doorlooptijd aflossing tot gevolg heeft).
Belangrijkste noviteit is echter de wijziging
van de publicatieverplichtingen rond insolventies.
De publicatie in nieuwsbladen (regionale
kranten) komt te vervallen. Tegelijkertijd
wordt een Centraal Insolventieregister (CIR)
geïntroduceerd waar belanghebbenden gegevens
kunnen inzien en opvragen. Dit register
wordt via internet toegankelijk gemaakt.
Hiermee zullen griffies van rechtbanken hopelijk
minder vaak worden belast met verzoeken
om openbare informatie.
De exacte inhoud van het CIR wordt bij Algemene
Maatregel van Bestuur ingesteld en is
nog niet bekend.
Ook de diensten die belanghebbenden via dit
register kunnen afnemen, noch de status van de
schuldsaneringgegevens zijn nader vorm gegeven.
Naar verwachting zal het
Landelijke Register Schuldsanering voorlopig
blijven bestaan.
Het centrale register hoeft pas een jaar na
inwerkingtreding van de wetswijziging operationeel
te zijn, maar zal wellicht al eerder toegankelijk
worden
|