Nieuwsbrief over de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen


In dit nummer:

Competentietoetsing
Kwaliteitsaudits
Dataverkeer met rechtbanken
Schuldsaneringsmonitor in voorbereiding
Extra basisopleiding
Cursus Wsnp voor administratief medewerkers
Faillissementswet aangepast
Bijscholing
Opus.R
Onderzoek naar scheidingen in Wsnp





april 2005, nummer 36


Competentietoetsing

Met ingang van de najaarsopleiding zullen kandidaten voor de basisopleiding bewindvoerder nietadvocaat verplicht de competenties moeten laten toetsen. Doel hiervan is dat bij toetreding tot deze beroepsgroep zicht bestaat dat de kandidaten beschikken over de benodigde persoonlijke eigenschappen.

De Raad zal deze toetsing laten uitvoeren door adviesbureau RaymakersvdBruggen op basis van het competentieprofiel dat in 2004 is vastgesteld door dezelfde organisatie. Voor de toets wordt de wereldwijd toegepaste Occupational Personality Questionnaire (OPQ) gebruikt.
Dit is een geautomatiseerd systeem bestaande uit 104 meerkeuzevragen dat zicht geeft op een breed spectrum van persoonlijkheidseigenschappen. Na het invullen van de vragenlijst wordt er gerapporteerd in een profiel van 32 persoonlijkheidsdimensies. Voordeel van de OPQ is dat het systeem een vertaalslag kan maken van persoonlijkheidsdimensies naar competenties. Het persoonlijkheids- of competentieprofiel wordt aangevuld met een persoonlijk rapport waarin voorkeuren, sterkere en zwakkere punten van de medewerker toegelicht worden.

Bewindvoerderorganisaties die kandidaten voor de opleiding willen inschrijven, kunnen deze via een speciaal e-mailadres eerst aanmelden voor de toets. Als blijkt dat de aanvragende organisatie door de Raad erkend is, volgt een antwoord met een internetadres en een toegangssleutel voor de vragenlijst. Deze sleutel verschaft eenmalig toegang tot de vragenlijst. Het rapport van de OPQ, dat na analyse van de antwoorden door het adviesbureau wordt opgesteld, is in de eerste plaats een advies aan de kandidaat zelf en de werkgever. Het bevat aandachtspunten voor de begeleiding en opleiding als bewindvoerder. De OPQ is geen test en het rapport is dus geen absoluut oordeel over de geschiktheid. Indien echter de uitkomsten, ook na bespreking met de kandidaat, tot zeer sterke twijfels leiden aan de geschiktheid voor het beroep van bewindvoerder zal RaymakersvdBruggen dit aan de werkgever én aan de Raad melden. De werkgever kan echter ook dit oordeel naast zich neerleggen en besluiten de kandidaat toch voor de opleiding aan te melden. De Raad beraadt zich er nog over hoe hij in dat geval moet handelen. Denkbaar is dat de toegang tot de opleiding wordt geweigerd, dat een afwijkende regeling met betrekking tot kosten wordt gemaakt of dat de betreffende medewerker maatregelen moet nemen (training) om competenties te versterken. Na besluitvorming zal de raad hierover met de organisaties communiceren.

De kosten van de toets bedragen €150,-, die van een aanvullend persoonlijk onderzoek € 400,-. De werkgever betaalt deze kosten in eerste instantie, maar de Raad vergoedt het bedrag indien de kandidaat tot de opleiding wordt toegelaten.

In het najaar van 2005 wordt de werkwijze geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.



Kwaliteitsaudits

De implementatie van een auditsystematiek voor bewindvoerderorganisaties vordert gestaag. Een eerste pilot is nog voor de zomer van 2005 gepland. Voordat deze pilot kan worden uitgevoerd, is echter nog de nodige inbreng van belanghebbenden in de nadere uitwerking nodig.

De auditsystematiek kent een drieledig doel:

  • Creëren van kwaliteitsbewustzijn en versterken van de professionalisering van de beroepsgroep. Uiteindelijk kan dit ertoe leiden dat de branche zelf verantwoordelijkheid neemt voor het ontwikkelen en meten van kwaliteit.
  • Nulmeting van de huidige algemene kwaliteit. Op basis van dit resultaat kan toekomstig beleid worden vastgesteld om eventuele zwakke punten te verbeteren (bijvoorbeeld via scholing, standaardisatie, automatisering etc).
  • Vaststellen of de feitelijke kwaliteit voldoet aan minimale eisen en zo nee, maatregelen nemen om escalatie te voorkomen.

Vaststellen normen
De komende maanden worden gebruikt om de feitelijke criteria en normen waaraan tijdens de audit wordt getoetst, nader vast te stellen. De onderzoeken naar kwaliteitskaders en best-practice die in 2004 zijn afgerond, vormen daarbij een basis.

Bekeken wordt of een self-assessment onderdeel kan uitmaken van de systematiek.Het gaat daarbij om een vragenlijst die de organisaties zelf kunnen invullen.

Daarmee kunnen zij vooraf globaal inschatten waar zij staan. Het rapport van dit traject kan daarnaast een belangrijke informatiebron vormen voor de audit zelf.

Procedures
Ook zal de Raad de komende tijd procedures gaan ontwikkelen rond de audits. Daarbij kan het gaan om het tijdig aangeven welke organisatie wanneer wordt geaudit, gegevens die vanuit de Centrale Database Schuldsanering beschikbaar worden gesteld aan de auditor, afspraken over hoe te handelen als organisatie en auditor het niet met elkaar eens zijn over de resultaten, de terugkoppeling die de Raad krijgt uit de audit en vervolgacties op basis van die terugkoppeling.

De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch wordt hierbij ondersteund door een extern adviesbureau dat de audits ook zal gaan uitvoeren. Daarnaast zal echter inbreng vanuit de praktijk nodig zijn. Gedacht wordt aan een klankbordgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en de bewindvoerderbranche. De Raad zal hiervoor kandidaten benaderen.

Erkenningsaudit
Bijzondere aandacht verdient daarbij de procedure tot erkenning. De Raad speelt met de gedachte die procedure onder te brengen in de auditsystematiek. Organisaties kunnen via het bovengenoemde self assessment informatie aanleveren die tot een eerste audit leidt. Het advies van de auditor zou dan mee kunnen spelen bij de besluitvorming tot erkenning. Komt het tot erkenning, dan vormt het auditrapport meteen de nulmeting voor periodieke auditing. Naarmate meer bijzonderheden over de uitvoering van de audits bekend worden, zult u hierover nader worden geïnformeerd.



Dataverkeer met rechtbanken

De informatievoorziening van de rechtbanken naar de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch wordt herzien. Op dit moment ontvangt de Raad digitale versies van toepassings- en beëindigingsvonnissen en aanvullende gegevens over Wsnp-zaken op papier. De organisatie gebruikt deze gegevens voor het vaststellen en uitbetalen van bewindvoerdersubsidies, het beheer van het Landelijk Register Schuldsanering (LRS) en het opstellen van beleidsinformatie. De verwerking van deze digitale vonnissen is tijdrovend en relatief kostbaar.

Bistro
Sinds januari 2005 zorgt een aanpassing van de systemen en processen bij de rechtbanken ervoor dat gegevens over toepassingen, beëindigingen en andere statuswijzigingen landelijk op uniforme wijze worden verzameld en gepubliceerd in de Staatscourant. Door een wijziging van de faillissementswet zijn publicaties in het kader van Wsnp-zaken in regionale dagbladen sinds 15 januari 2005 niet meer nodig. De Raad ontwikkelt met Bistro (Bureau Internetsystemen en Toepassingen Rechterlijke Organisatie) een methode waarbij deze landelijke publicatiegegevens in digitale vorm beschikbaar worden gesteld. Hierdoor worden de gegevens completer, kan de verwerking bij de Raad worden vereenvoudigd en wordt de doorlooptijd van de verwerking korter.
De Raad heeft de afgelopen maanden de gevolgen van de informatievoorziening voor de administratieve processen geïnventariseerd en op basis daarvan de benodigde aanpassingen in de Centrale Database Schuldsaneringen (CDS) geformuleerd. De komende weken worden deze wijzigingen doorgevoerd en getest. Naar verwachting is de nieuwe werkwijze op 1 juli 2005 operationeel.
Bewindvoerders worden binnenkort geïnformeerd over de gevolgen van dit nieuwe dataverkeer.



Schuldsaneringsmonitor in voorbereiding

In juni 2005 wordt de eerste Monitor Wsnp opgeleverd. Het betreft een breed jaarlijks onderzoeksrapport waarin gegevens zijn geanalyseerd over de werking van de Wsnp. Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau IVA dat al eerder diverse studies over problematische schulden uitvoerde. De Raad fungeert op verzoek van het ministerie van Justitie als opdrachtgever.

De onderzoekers worden bijgestaan door een begeleidingscommissie die is ingesteld door de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch. De commissie wordt voorgezeten door de heer mr. A.R. van der Winkel, president van de arrondissementsrechtbank Almelo en voordien in vele hoedanigheden betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de Wsnp.
De voeling met de praktijk wordt verzorgd door de heer W.M. Pietersen, directeur van de Stadsbank Oost-Nederland en de heer mr. H. Dethmers, rechter-commissaris te Roermond en secretaris van ReCoFa. Mevrouw mr. A. Koks, beleidsmedewerker van de directie Toegang Rechtsbestel vertegenwoordigt het ministerie van Justitie. Mevrouw drs. M. ter Voert, onderzoekster bij het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (ministerie van Justitie) brengt zowel wetenschappelijke kennis als kennis van de Wsnp in. Zij was betrokken bij de evaluatie van de wet in 2000. De heer J.H.M. von den Hoff, manager Wsnp bij de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch neemt namens de opdrachtgever zitting in de commissie. Het secretariaat wordt verzorgd door mevrouw G.A.M. van de Grint, medewerkster Wsnp bij de Raad.

De commissie zal zich op basis van een eerste ontwerp in april buigen over de onderzoeksopzet. In de eerste editie zal die naar verwachting bestaan uit beperkte gegevens (vooral uit de Centrale Database Schuldsane-ring bij de Raad) en daarnaast een onderzoeksagenda voor de editie 2006 (en eventueel verder).



Extra basisopleiding

Op 1 april start een extra basisopleiding voor bewindvoerders (niet-advocaat). Hiertoe is besloten nadat het aantal aanmeldingen voor de voorjaarscyclus (gestart op 31 januari) het aantal beschikbare plaatsen ruimschoots overtrof. De Raad zag zich genoodzaakt bijna 20 aangemelde kandidaten af te wijzen voor deze cyclus.

Uit deze aanmeldingshausse concludeerde de Raad dat er een behoefte is aan aanvulling van het bewindvoerderaanbod. Hoewel uit de rechtbanken geen signalen over tekorten komen, is het niet vreemd dat organisaties hun capaciteit willen uitbreiden. De groei van het volume die in 2004 zichtbaar was en die in het begin van 2005 nog doorzette, is een voor de hand liggende verklaring. Een extra impuls in het aanbod herbergt ook risico’s. Organisaties moeten voldoende benoemingen krijgen om de investering te laten renderen en vaste kosten te dekken.
Juist omdat er geen tekorten bestaan bij de rechtbanken, zou hier in theorie een probleem kunnen ontstaan. De Raad gaat er echter van uit dat de organisaties zelf deze afweging ook hebben gemaakt en vroeg OSR Juridische Opleidingen een extra opleiding in te plannen. Die sorteert alleen effect als de cyclus voor de zomer kan worden afgerond. Een latere start zou betekenen dat de najaarsopleiding alweer in beeld zou zijn. Daarom is besloten op 1 april te starten met de extra cursus.



Cursus Wsnp voor administratief medewerkers

Bij voldoende belangstelling organiseert OSR Juridische Opleidingen dit voorjaar de driedaagse cursus WSNP voor administratief medewerkers van bewindvoerders en bewindvoerderorganisaties) Wsnp.

Het doel van deze cursus is het de bewindvoerder zoveel mogelijk uit handen nemen van administratieve werkzaamheden. Behalve een korte inleiding van de Wsnp en de daar bijhorende sociale kaart bestaat de cursus uit het aanleggen en doorlopen van een schuldsaneringdossier en het trainen in een aantal vaardigheden. Zowel schriftelijke (opstellen van verslag) als mondelinge vaardigheden (toepassen van verschillende gesprekstechnieken). Met name het leren omgaan met (lastige) cliënten aan de telefoon zal worden geoefend.

U kunt uw belangstelling per mail (deboer@osr.nl) kenbaar maken bij OSR Juridische opleidingen. Voor 1 mei krijgt u dan nader bericht over de datum van deze cursus en de overige gegevens. Naar aanleiding van die informatie kunt u dan besluiten al dan niet deel te nemen aan deze cursus.



Faillissementswet aangepast

Sinds 15 januari 2005 vormt het Landelijk Register Schuldsaneringen, dat door de raad wordt beheerd en gepubliceerd op www.rvr.org, officieel onderdeel van het Centraal Insolventieregister (CIR). Een aanpassing van de faillissementswet die het CIR introduceert, trad op die datum in werking. Naast dit register omvatte de wetswijziging nog enkele andere aanpassingen die relevant zijn voor de uitvoering van de Wsnp.

De wijziging van de faillissementswet, gepubliceerd in Staatsblad 615 op 24 november 2004, herbergt vooral wijzigingen van de surséanceregeling en enkele bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding van Europese insolventierichtlijnen.

Daarnaast introduceert de wettekst het CIR. Dit register heeft een tweeledig doel. In de eerste plaats moet het een deel van de publicaties over insolventies vervangen. Sinds 15 januari 2005 hoeven over Wsnp-zaken geen publicaties meer te worden opgenomen in regionale dag- en nieuwsbladen. Voor faillissementen en surséances geldt dat alleen voor zaken die na deze datum zijn gestart.

Tweede doel is om via het centrale register openbare gegevens over faillissementen, surséances en schuldsaneringen toegankelijk te maken. In de “oude” wet regelde art. 294 Fw. dat belanghebbenden bij de griffie bepaalde openbare stukken kosteloos konden inzien. Door deze stukken (op termijn) op te nemen in het CIR, kunnen de griffies dus worden ontlast.

Vorm en inhoud van het CIR worden nog nader bij Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld. Daarnaast kan de minister van Justitie een instantie aanwijzen om het beheer uit te voeren. Een besluit waarbij de Raad wordt aangewezen om het schuldsaneringsdeel van het CIR te beheren, heeft de Raad van State al gepasseerd. In eerste instantie betekent de wetgeving niets voor het Landelijk Register Schuldsaneringen (LRS). Zodra de Raad echter kan beschikken over publicatiegegevens van de rechtbanken, ligt het in de verwachting het informatieaanbod uit te breiden met aankondigingen van zittingen, verificatievergaderingen, nederlegging van akkoorden en slotuitdelingslijsten en een aantal extra beschikkingen. Onderzocht wordt nog of de toegankelijkheid van de gegevens (zoekmogelijkheden) kunnen worden uitgebreid nu het LRS een wettelijke status heeft.

Wie de faillissements- en surséancegegevens in het CIR gaat beheren, is nog niet duidelijk. En dus ook niet hoe de Wsnp- en andere openbare insolventiegegevens gezamenlijk zullen worden aangeboden aan belanghebbenden. Naar verwachting zal het CIR rond 1 juli 2005 definitief vorm krijgen.

De wetswijziging kende verder nog artikelen met betrekking tot de Wsnp. Daarbij ging het om enkele tekstuele correcties (art. 288, lid 1 sub a Fw., art. 352, lid 2 Fw., art. 353, lid 1Fw.) en de beëindiging volgens de zogenaamde vereenvoudigde procedure (art. 356 Fw.). Indien te voorzien is dat een Wsnp-traject niet leidt tot uitdeling van boedelopbrengsten aan de schuldeisers, hoeft een aantal handelingen (saneringsplan, verificatievergadering, neerleggen en verbindend verklaren van de slotuitdelingslijst) niet plaatst te vinden. Juist rond die slotuitdeling bevatte de wettekst uit 1998 een ongelukkige passage die erop duidde dat wél een slotuitdelingslijst nodig was in deze vereenvoudigde procedure. Art. 356 Fw. is nu aangepast.



Bijscholing

In het najaar van 2005 zullen opnieuw verplichte bijscholingsactiviteiten voor bewindvoerders niet-advocaat worden georganiseerd. De Raad zal bij rechtbanken en bewindvoerders inventariseren welke onderwerpen hiervoor in aanmerking komen. Uitgangspunt is om een gedifferentieerd programma in te richten. Dit kan betekenen dat de deelnemers, evenals in 2004 op basis van hun ervaring gebundeld worden. Ook is denkbaar dat voor sommige groepen bewindvoerders andere onderwerpen worden aangeboden dan voor andere.

Uit een eerste rondvraag is het signaal gekomen dat veel ervaren bewindvoerders steeds meer moeite hebben met de toepassing van de vrij te laten bedrag-berekening. Scholing hierover is voor hen al lang geleden en de vele wijzigingen in de methode maken het lastiger om de methode goed te doorgronden en adequaat toe te passen. Bij bewindvoerders die de afgelopen twee jaren de basiscursus hebben doorlopen, speelt dit minder. Daarmee zou een opfrismodule vrij te laten bedrag-berekening voor een groep beroepsbeoefenaren een optie kunnen zijn.

Overigens overweegt de Raad om in de volgende jaren de kosten voor bijscholingsactiviteiten deels te verhalen op de deelnemers. Het beschikbare budget voor bijscholing moet door de groei van de bewindvoerderpopulatie verdeeld worden over meer deelnemers, hetgeen de kwaliteit niet ten goede komt. Bovendien is investeren in de kennis en kunde van bewindvoerders een belang van de branche zelf.



Opus.R

Medio maart hebben alle gebruikers van Opus.R (software voor de afgifte van verklaringen ex art. 285 Fw.) een CDrom ontvangen met daarop een correctie van een softwarefout in release 4.0. In de geprinte versie van de modelverklaring werden twee velden (reden mislukken minnelijk traject) verwisseld. Dit was zo verwarrend dat een snel herstel noodzakelijk werd geacht.
Hiernaast overweegt de Raad om bij de upgrade van parameters in juli 2005 nog meer aanpassingen aan te bieden. Sinds Opus.R 4.0 in november 2004 is uitgebracht, zijn diverse kleine gebruikersproblemen en wensen bij de helpdesk Opus gemeld.
De meeste problemen konden door de helpdesk direct worden opgelost. Desondanks is een aanpassing van de software een elegantere benadering. De gebruikers van Opus.R kunnen eventuele andere knelpunten tot 15 april aanbrengen op de Wsnp-internetsite. Hiervoor is tijdelijk een reactiepunt ingericht. De Raad benadrukt dat het hierbij uitsluitend om technische en andere gebruikersaspecten gaat. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling opmerkingen over de inhoud van de verklaring op te nemen. Deze kunnen niet worden verwerkt.

Aanpassing parameters
Door inwerkingtreding van de Wet inkomensaanvulling 2005 (met terugwerkende kracht per 1 januari 2005) is een kleine aanpassing nodig in de huidige parameters van Opus.R. Op de Wsnp-internetsite staat een handleiding hoe deze aanpassing kan worden doorgevoerd.



Onderzoek naar scheidingen in Wsnp

Eind januari 2005 is een vierdejaars studente Management Economie en Recht (MER) van de Hogeschool Brabant in opdracht van de Raad gestart met een onderzoek naar de gevolgen van scheidingen tijdens de Wsnp. Het gaat daarbij zowel om gevolgen voor de boedel (en de eventuele schone lei), als voor de bewindvoerder (die twee dossiers moet aanleggen in plaats van één).
Op basis van vragen die aan de Helpdesk Wsnp zijn gesteld (zie Update december 2001) lijkt het erop dat een scheiding ertoe leidt dat schuldenaren na het doorlopen van de Wsnp geen feitelijke schone lei krijgen. Het onderzoek moet aantonen of dat inderdaad zo is en zo ja, hoe dat kan worden ondervangen. Ook wordt geïnventariseerd of er substantieel extra werkzaamheden voor de bewindvoerder voortvloeien uit een scheiding. In dat geval kan de Raad bekijken of hiermee in de subsidiestructuur rekening kan worden gehouden. Het onderzoek wordt in juni afgerond.
vorige update top